Over de 14-Gehuchtenloop

De gemeente Vlagtwedde kent 60 namen van dorpen, streeknamen, buurten. Hiervan worden 50 als gehuchten aangemerkt. Van Veele tot Munnekemoer en Abeltjeshuis tot Jipsingboermussel. De namen zijn veelal ontstaan in de loop van de geschiedenis van Westerwolde. De gehuchten zijn voorzien van een heus naambord, zodat de historische namen voor altijd bewaard blijven.

Ter gelegenheid hiervan is de 14-Gehuchtenloop ontstaan. Door Loopsport Sellingen in samenwerking met Plaatselijk Belang en het VVV georganiseerd. Een wandeltocht evenals een recreatieve hardloopwedstrijd. Thans onderdeel van het Schutrups-loopcircuit. De afstanden bedragen 5, 10 of 21,1 km (halve marathon). Tijdens deze loop nemen we u mee op een tocht langs 14 gehuchten in de omgeving van Sellingen. Een afwisselende sightseeing langs de Sellingerbossen van boswachterij Westerwolde. Over wegen, paden, lanen, fietspaden, langs vennetjes, riviertjes en kanalen, wordt u een aantrekkelijke route voorgeschoteld. Het kleinschalige eslandschap met het meanderende riviertje Ruiten Aa die zich kronkelend een weg zoek richting Dollard, afgewisseld door de ruime open landschappen met korenvelden en aardappelvelden. De oude meanders zijn in 2009 opnieuw aangelegd in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur die zich uitstrekt langs het gehele stroomdal van de Ruiten Aa van Ter Apel tot Wedderveer.

Wandelaars en Nordic Walkers zijn van harte welkom. Het startpunt hiervan is ook bij De Barkhoorn. De wandeltocht is geen onderdeel van het loopcircuit. Bij de wedstrijd over 21,1 km kan er met voorlopers/fietsers een goede tijd worden gelopen.

De route (21,1km):

1. Richting Beetserweg (Overdiep*)
2. RA (Beetserweg, Overdiep gaat over in Sellingerbeetse*)
3. Na ca. 3 km LA (betonpad)
4. Einde betonpad bij boerderij LA (Lauderzwarteveen*)
5. Bij bosstrook gaat betonpad over in fietspad (Borgertange*, Borgerveld*), daarna asfaltweg 6. Op kruising RA (Borgerweg)
7. 1e weg LA (Veersterweg, Veerste Veldhuis*)
8. Einde weg LA (Ter Apelerstraat)
9. Eerste verharde weg RA (Laudermarkenweg, Laude*)
10. Na 20 m LA, onverharde weg (Meente)
11. Einde weg LA (Schapenweg)
12. Einde weg LA (Oosterkampenweg)
13. Einde weg RA (fietspad Ter Apelerstraat)
14. 1e weg RA (Borgerschapenweg, Ter Borg*).
15. 1e weg RA (ook: Borgerschapenweg)
16. Voor kanaal LA (Ruiten A Kanaal West IV)
17. 1e weg LA (Kanaalweg)
18. Einde weg RA (Zuidesweg, Zuidveld*)
19. 2e weg LA (Breetuinenweg)
20. 2e weg LA (Korteweg, Sellingen*)
21. op T-splitsing Rechtdoor via groenstrook
22. einde groenstrook LA (Ds Reindersweg)
23. Na ca 100 m RA voor kerkhof (Kerkpad, klinkerpaadje)
24. op driesprong LA (Kerkpad)
25. Bij provinciale weg rechtoversteken naar parkeerplaats
26. Einde parkeerplaars RA
27. Over bru LA (Nordesweg)
28. Einde weg RA (Schapendriftsweg)
29. na ca. 500 m LA (Molenkampenweg)
30. Einde weg RA (semi verhard)
31. Einde pad LA (fietspad Leemdobben en Lammerweg*) 
32. na ca. 1,5 km LA (Rijsdammerweg, Rijsdam*)
33. Einde weg LA (Bovendiepsterweg, Sellingerzwarteveen*) 
34. Bij kruising rechtdoor (Dennenweg)
35. Bij inrit zwembad RA, pad langs zwembad
36. Einde pad RA (inrit camping)

De loop eindigt bij de poort van de camping (=startpunt).

Voor korte etappe (10 km):

1. Richting Beetserweg (Overdiep*)
2. RA (Beetserweg, Overdiep gaat over in Sellingerbeetse*)
3. Na ca. 3 km LA (betonpad)
4. Einde betonpad bij boerderij LA (Lauderzwarteveen*)
5. Bij bosstrook gaat betonpad over in fietspad (Borgertange*, Borgerveld*), daarna asfaltweg 6. Op kruising LA (Poststruikenweg)
7. Einde weg oversteken naar Laudermarkenweg
8. Na 20 m LA, onverharde weg (Meente)
9. Einde weg RA (Schapenweg)
10. Einde weg LA (Slangenborgweg)
11. Einde weg RA (fietspad Ter Apelerstraat),
12. 2e weg LA (in bebouwde kom Sellingen, Beetserweg)
13. over brug rechtdoor (Beetserweg)
14. 1e weg RA (inrit camping De Barkhoorn).

Finish bij boog.

Route 5 km:

Beetserweg, pad evenwijdig aan Lageweg, fietspad Beetserwijk, Zevenmeersveenweg, Dennenweg, paadje langs zwembad, finish op camping.

*naam gehucht

 

Gehuchtennamen: hoe zijn ze ontstaan?

Sellingen

Het is een oud kerkdorp dat al in de oorkonde van ± 1150 genoemd als één van de vijf kerspelen van het klooster Corvey (bij Höxter aan de Weser). Zelling, znw. m. ‘bed door een schip in de modder gemaakt; ondiepe stroken grond in de Hollandse IJssel’, sedert 1861 selling en sel , maar vgl. mnl. v. ‘gegraven inham of haventje in buitengronden’ (Zeeland en Zuidhollandse eilanden), mnd. Selling (> nhd. Seeling; niet verwant is echter fra. Souille,dat eerst sedert de 16e eeuw bekend is en gevormd werd uit souiller (bevuilen)’ – herkomst onbekend. (uit: J. de Vries, 1992) Hoort Sellingen nu bij de oudste bewoningskernen van Westerwolde? Wijst de –ing uitgang hier op een nederzetting van de ‘’tweede generatie’? Of is er sprake van secundaire naamgeving aan een al bestaand dorp? Bij Sellingen is geen overtuigende verklaring voor handen, vooral omdat er in de directe omgeving geen ouder dorp bekend is. Het feit is dat Sellingen al vroeg een belangrijke positie als kerkdorp verwierf. Wellicht is dat gegeven, samen met de vroege, maar onjuist gedateerde schriftelijke vermelding van Sellingen van ‘omstreeks 1150’ hier een geheel eigen rol gaan spelen. Op grond van de naam zelf zou Sellingen niet tot de kernvestigingen hoeven behoren. Op grond van de gevonden microtoponiem oerde, verderop verklaard, kan Sellingen zeker beschouwd worden als dorp van de ‘tweede generatie’. (Groenendijk, 256)

Overdiep

In Westerwolde wordt de Ruiten A van oudsher t Ol Daip genoemd. Om de markegronden ten westen van Sellingen te kunnen bereiken moest men t Ol Daip oversteken. Wanneer men de weg volgde in dat gebied, over t Ol Daip dus, kwam men in een streekje met enkele arbeiderswoningen en keuterijen.
Sellingerbeetse

Ten zuidwesten van Sellingen strekten zich tot in de eerste decennia van de twintigste eeuw uitgestrekte venen uit. De streeknaam ‘Beetse’ wordt met name in Westerwolde gebruikt. Het verwijst naar ‘laaggelegen groenland, moerassig land’. Met de Sellingerbeetse werden de natte (gras)landen bedoeld die binnen de markegrenzen van Sellingen lagen. De grenzen hiervan werden gevormd door de (huidige) Zevenmeersveenweg (N) en de Beetserweg (Z).

Borgertange

Een ‘tange’ is de benaming voor een zandige (tongachtige) hoogte of zandrug. In Westerwolde zijn verschillende plaatsnamen met daarin het woord verwerkt, o.a. Tange, Bourtange, Hanetange, etc. De Borgertange was de (begaanbare) tange vanaf Ter Borg, waarover een zandpad richting het zuidelijk gelegen De Beetse liep (Hottinger-atlas 1773).

Borgerveld

Met het Borgerveld worden de noordwestelijk gelegen gronden van de marke Laude bedoeld. De gronden die dus het dichtst bij Ter Borg lagen. Tussen het Borgerveld en Ter Borg ligt het natuurgebied Ter Borg, dat grotendeels door Staatsbosbeheer wordt beheerd.

Veerste Veldhuis

In tegenstelling tot Vlagtwedder Veldhuis dat tussen Renneborg en het dorp Vlagtwedde ligt, wordt het andere gehuchtje van dezelfde naam aangeduid als Veerste Veldhuis. In vroegere eeuwen een solitair erve (het huis in het veld).

Ter Walslage

Het laatste deel van de naam van dit eeuwenoude esgehucht, -lage, is in Westerwolde een veel voorkomend woord (Barlage, Blekslage, Wallage etc.). In tegenstelling tot wat het woord suggereert (laagte), betekende het oorspronkelijk: een door rooiing in een bos ontstane opening of een open stuk tussen twee bossen. Het woorddeel ‘wals’ is moeilijker te verklaren: mogelijk verwijst het naar een mansnaam of een aarden wal (Abels).

Laude

Ook de naam van dit oude esgehucht is moeilijk te verklaren. Vroeger werd het geschreven als Lowede of zoals in 1753: Louwde (onder den klockenslach Sellingen). Volgens W. de Vries (1946) verwijst het naar een laag, vochtig gebied. De oude schrijfwijze (‘lo-‘) kan echter ook duiden op een veld met houtopslag waar nog wel geweid kan worden (‘lo’) of een gedunde open plek in een kleiner bosje (‘wede’). Vroeger een was Laude een aparte boerschap in Westerwolde.

Ter Borg

In de volksverhalen is sprake van een borg (steenhuis) die hier in vroegere eeuwen zou hebben gestaan. Tot nu toe is daarvan geen enkel (schriftelijk of materieel) spoor gevonden. De plaatsnaam Ter Borg verwijst eerder naar ‘berg’, waarmee de nabijgelegen Kleerberg bedoeld kan zijn. Ter Borg is één van de Middeleeuwse esgehuchten rondom Sellingen.

Zuidveld

Ten zuiden van Sellingen lagen markegronden die onder andere werden gebruikt voor de beweiding van schapen en/of koeien. De ‘osseheer’ en de ‘scheper’ zagen toe op de beweiding.

Over de dijk

Carel Rabenhaupt liet de Ruiten A door een ‘rijsen dam’ afsluiten. Daarom moest het opgestuwde water door een nieuw te graven diep –het Sellingerdiepje– naar de vesting Bourtange worden geleid. De opgeworpen grond werd gebruikt om aan de westelijke rand van het diepje een leidijk aan te leggen. Deze vormt ook de verbinding tussen de vesting en het wachthuis bij de Rijsdam. De weg door Over de Dijk volgt het oude tracé, terwijl het gedempte Sellingerdiep vanaf de Zodenpandweg het ‘Moddermanspad’ wordt genoemd. Dit was de Winschoter sous-prefect die in de Franse tijd de Westerwoldse boeren dwong
om het Sellingerdiep –dat in de loop der tijd danig vergroeid was– weer uit te graven.
Leemdobben

Het woord ‘dobben’ verwijst naar gegraven kuilen. Deze kuilen zijn in het verleden in deze buurt ontstaan door het opgraven van leem. Het leem werd in Westerwolde lange tijd gebruikt voor het opvullen van muren (met een raster van wilgetenen) en vloeren. Nadat baksteen langzamerhand het dominante bouwmateriaal was geworden en leem steeds minder werd gebruikt, bleef de bevolking over de ́Laimdobben ́ spreken.

Lammerweg

De naam van deze weg roept de herinnering op aan de tijd dat de boerschap van Jipsinghuizen nog grote schaapskudden bezat. De schaapskudden werden via deze route naar de markegronden geleid. Met de grootschalige ontginningen in de eerste decennia van de twintigste eeuw, verdween er steeds meer heide. Hierdoor begonnen de schaapskooien en rondtrekkende kudden ook tot het verleden te horen.

Rijsdam

“Het land was reddeloos, de regenten waren radeloos en het volk was redeloos”, de bekende typering van de paniek in 1672, toen de Republiek onverwacht werd aangevallen door de koningen van Frankrijk en Engeland en de keurvorsten van Keulen en Münster. De keurvorst van Münster, Christoph Bernhard von Galen, zette de aanval in op het noorden. In allerijl werd Carel Rabenhaupt aangetrokken om de verdediging ter hand te nemen. Aangezien het Bourtanger Moor verregaand was verdroogd en er onvoldoende bewaterd kon worden, besloot Rabenhaupt om het water van de Ruiten A op deze plek met een ́rijsen dam ́ (een dam van rijshout) op te stuwen en naar de vesting om te leiden via een nieuw te graven kanaal, het Sellingerdiepje. Overigens was het idee van Rabenhaupt niet nieuw; uit archiefstukken blijkt dat men al in 1631 met vergelijkbare constructies bezig is geweest.

Sellingerzwarteveen

Dit is een gebied ten noordwesten van Sellingen tussen de Zevenmeersveenweg en de Rijsdam. Van oudsher was het een veenachtig gebied dat tot de marke van Sellingen behoorde. Het veen werd ter plaatse gekenmerkt door een donkere, nagenoeg zwarte kleur. In de ontginningsjaren van het Interbellum werd dit beschouwd als dusdanig slechte grond, dat het beplant is met bos. In de Tweede Wereldoorlog werden Joden vanuit het kamp Sellingerbeetse hier aan het werk gezet. De zwarte kleur werd veroorzaakt door de ouderdom, zwaarte en sterke humificatie van het veen.